Kroniekschrijver
Tientallen kroniekschrijvers brachten verslag uit van een turbulente fase uit het regionale verleden. De overgrote meerderheid waren intellectuelen: ze schreven voor een bevoorrecht publiek, in het Frans, en probeerden op een afstandelijke manier over de gebeurtenissen te rapporteren.
Slechts een kleine minderheid schreef in het Nederlands en nam een meer ‘volks’ standpunt in. Veruit de meest markante figuur in die tweede groep is Peter Treckpoel (1442 – ca. 1508), een priester uit het Nederlandse dorp Beek (NL), die van 1469 tot 1480 kapelaan was in Geulle (NL), van 1480 tot 1492 in Sittard (NL) en daarna rector van het zusterklooster Onze Lieve Vrouw ter Engelen in Bilzen (BE).
Treckpoel was diep onder de indruk van het oorlogsgeweld. De laatste twee decennia van zijn leven besteedde hij aan het op schrift stellen van zijn ervaringen. Zo ontstond een omvangrijk oeuvre: een streekgeschiedenis van Loon en van de Landen van Overmaze, een geschiedenis van de bisschoppen van Luik, en een stadsgeschiedenis van Bilzen. Peter Treckpoel biedt ons daarin niet alleen een schat aan informatie die niet door andere tijdgenoten is opgetekend, maar ook horen we de stem van een man die echt meeleefde met zijn streekgenoten. Emotie en de ervaringen van ‘gewone’ mensen staan centraal in zijn werk.
L’histoire se répète
Ook het oude graafschap Loon (grosso modo het huidige Belgisch-Limburg) en de Landen van Overmaas (zich grotendeels uitstrekkend over het huidige Zuid-Limburg) bleven in het verleden niet gespaard van thema’s als oorlog, genocide, ontworteling en migratie.
Vijf en een halve eeuw geleden was de regio het toneel van een verwoestend conflict dat de samenleving helemaal ontwrichtte. Tijdens de zogenaamde ‘Luikse oorlogen’ (1465-68) stonden de prins-bisschop van Luik, Lodewijk van Bourbon, en hertog Karel de Stoute van Bourgondië lijnrecht tegenover de plaatselijke bevolking. Jarenlange confrontaties leidden onder andere tot de totale verwoesting van Bilzen en Luik in 1468. Pas na de dood van Karel de Stoute in 1477 keerde de rust in de regio enigszins terug. In de daaropvolgende decennia reet opflakkerend geweld oude wonden telkens weer open. Dat alles zorgde voor een collectief trauma dat generaties lang zou aanslepen.